Autofiscaliteit in 2026: wat verandert er voor ondernemers?
- B Account
- 4 feb
- 5 minuten om te lezen
De autofiscaliteit in België ondergaat vanaf 2026 belangrijke wijzigingen. De federale overheid wil zo het wagenpark verder vergroenen en ondernemers stimuleren om te kiezen voor milieuvriendelijke voertuigen.
De wet van 25 november 2021 introduceerde een gefaseerde vergroening van de mobiliteit, met als doel de Europese klimaatdoelstellingen te halen. Elektrische wagens blijven echter duur en de laadinfrastructuur is nog niet overal voldoende uitgebouwd. Niet elke ondernemer kan eenvoudig een laadpunt installeren, wat het gebruik van een volledig elektrische wagen soms bemoeilijkt. Daarom voorziet het federale regeerakkoord 2025-2029 in een versoepeling van de fiscale aftrekbaarheid voor plug-inhybrides, maar enkel in de personenbelasting (voor zelfstandigen en eenmanszaken). Voor vennootschappen blijft de autofiscaliteit nagenoeg ongewijzigd.
Overgangsregeling voor plug-inhybrides
Voor plug-inhybride voertuigen die je aanschafte, leasede of huurde tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025, dooft de fiscale aftrek van de autokosten stap voor stap uit.
In 2025 is de aftrek beperkt tot maximaal 75%.
In 2026 zakt dat naar maximaal 50%
In 2027 naar maximaal 25%
Vanaf 2028 is de aftrek 0% en zijn deze kosten dus niet langer aftrekbaar (art. 550 WIB92).
Koop, lease of huur je een voertuig met CO₂-uitstoot vanaf 1 januari 2026? Dan zijn de autokosten in principe niet meer aftrekbaar.
Met “autokosten” bedoelt de wet de kosten voor het gebruik van personenauto’s, auto’s voor dubbel gebruik, minibussen en de zogenaamde ‘valse’ lichte vrachtwagens (art. 66 WIB92).
Dit uitdoofscenario blijft gelden voor vennootschappen en voor ‘klassieke’ wagens voor eenmanszaken. Voor plug-inhybride voertuigen komt er een aangepast uitdoofscenario maar alleen voor zelfstandigen en eenmanszaken.
Plug-inhybrides aangekocht/geleased/gehuurd tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025
Vanaf 2026 geldt een nieuw uitdoofscenario. Autokosten (behalve brandstof en elektriciteit) blijven aftrekbaar volgens de ‘gramformule’, met een maximum van 75%. Stoot het voertuig maximaal 50 gram CO₂/km uit, dan is de aftrek 100%. Deze percentages blijven gelden zolang de eigenaar of huurder hetzelfde blijft. Elektriciteitskosten blijven volledig aftrekbaar, en ook voor de kosten van de fossiele brandstoffen wijzigt er niets. Ook in de nieuwe regeling wordt de aftrek van deze kosten afgebouwd naar 0% vanaf 2028.
Plug-inhybrides aangekocht/geleased/gehuurd vanaf 1 januari 2026
Ook hier geldt een nieuw uitdoofscenario. Autokosten (behalve brandstof en elektriciteit) blijven aftrekbaar volgens de ‘gramformule’. In de gramformule wordt de brandstofcoëfficiënt (0,95 voor hybride wagens) geschrapt: 120% - (0,5% x aantal gram CO2 uitstoot per kilometer).
Het berekende aftrekpercentage wordt beperkt tot maximaal 75% voor plug-inhybride voertuigen die je aanschaft/leaset/huurt vóór 1 januari 2028.
Stoot het plug-inhybride voertuig maximaal 50 gram CO₂ per kilometer uit? Dan gelden hogere maxima:
100% als je het voertuig aanschaft/leaset/huurt in 2026
95% als je het voertuig aanschaft/leaset/huurt in 2027
Deze maximale percentages blijven vervolgens gelden voor de volledige gebruiksduur van het voertuig, zolang het voertuig bij dezelfde eigenaar of huurder blijft.
Voor hybride voertuigen die je aanschaft/leaset/huurt in 2028, daalt het maximale aftrekpercentage tot 65%.
Voor hybride voertuigen die je aanschaft/leaset/huurt in 2029, daalt dat tot 57,5%.
Vanaf 1 januari 2030 wordt het aftrekpercentage herleid tot nul.
De kosten van fossiele brandstoffen zijn niet langer aftrekbaar.
De elektriciteitskosten zijn aftrekbaar volgens dezelfde percentages als voor zuiver elektrische voertuigen. Voor voertuigen die je aanschaft/leaset/huurt vóór 2027, bedraagt het aftrekpercentage 100%. Vanaf 2027 daalt het aftrekpercentage, afhankelijk van het jaar van aanschaf/lease/huur:
95% in 2027
90% in 2028
82,5% in 2029
75% in 2030
67,5% vanaf 2031
‘Klassieke’ voertuigen aangeschaft vóór 2018
Voor wagens aangekocht/geleased/gehuurd vóór 1 januari 2018 blijft een minimale aftrek van 75% gelden, maar vanaf aanslagjaar 2027 daalt dit jaarlijks met 5 procentpunten tot 50% vanaf 2030. Zo wil de overheid het gebruik van oudere, vervuilende voertuigen verder ontmoedigen.
Woon-werkverkeer
Verplaatsingen met de wagen tussen je woonplaats en je werkplek mag je forfaitair inbrengen aan 0,15 euro per gereden kilometer (art. 66 §4 WIB92). Dit forfait blijft gelden voor voertuigen waarvan de beroepskosten op basis van een overgangsregeling nog aftrekbaar zijn. Dat is dus ook het geval zolang de nieuwe overgangsregeling voor plug-inhybride voertuigen van toepassing is.
‘Valse’ hybrides: strengere regels
Een ‘valse’ hybride is een voertuig waarbij óf de energiecapaciteit van de batterij minder dan 0,5 kWh per 100 kilogram wagengewicht bedraagt, óf de CO₂-uitstoot meer dan 50 gram CO₂/km is (art. 66 §2 lid 9 WIB92).
Voor ‘valse’ hybride voertuigen die je aanschaft/leaset/huurt vanaf 1 januari 2026, wordt de CO₂-uitstoot niet langer bepaald met verwijzing naar een ‘overeenstemmend voertuig’. De antimisbruikregeling voor ‘valse hybriden’ wordt afgeschaft omdat sinds 1 januari 2025 de strengere Euro 6e-bis-norm geldt voor nieuw gehomologeerde plug-invoertuigen. Die voertuigen worden voortaan getest met strengere methoden, zodat de gemeten CO₂-uitstoot een realistischer beeld geeft. Daardoor zal de gemeten CO₂-uitstoot aanzienlijk toenemen.
Wanneer de CO₂-uitstoot wordt berekend volgens de Euro 6e-bis-norm (of een latere norm), wordt in de definitie van een ‘valse’ hybride vanaf 2025 de maximale CO₂-uitstoot opgetrokken van 50 naar 75 gram CO₂/km.
Vanaf 2026 vallen alle nieuw verkochte plug-inhybride voertuigen onder de nieuwe regelgeving, ook als het om een model gaat dat al vóór 2025 werd goedgekeurd. Dat betekent dat vanaf 2026 de overgrote meerderheid van de hybride voertuigen op de Belgische automarkt hun CO₂-uitstoot zal kennen volgens deze nieuwe norm.
De fiscale behandeling van een ‘valse hybride’ die je aanschaft/leaset/huurt vóór 1 januari 2026 en waarvan de CO₂-uitstoot niet volgens de nieuwe Europese normen wordt berekend, wijzigt niet.
Bijtelling in de rechtspersonenbelasting
Rechtspersonen die onder de rechtspersonenbelasting vallen (met uitzondering van onder meer gemeenten en ocmw’s) worden vanaf 2026 extra belast wanneer ze een personenwagen aanschaffen, leasen of huren.
De Wet van 25 november 2021 over de fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit bepaalt dat rechtspersonen die onder de rechtspersonenbelasting vallen vanaf 2026 op bepaalde autokosten worden belast door een bedrag bij te tellen bij de belastbare bestanddelen.
Voor ‘klassieke’ en (plug-in)hybride voertuigen die je vanaf 2026 aanschaft/leaset/huurt, moet je alle kosten ‘bijtellen’ bij de belastbare grondslag. Die kosten zijn in de personen- en vennootschapsbelasting ook niet aftrekbaar. De nieuwe overgangsregeling voor plug-in hybride voertuigen in de personenbelasting geldt niet in de rechtspersonenbelasting.
Voor elektrische voertuigen die je vanaf 2027 aanschaft/leaset/huurt, bedraagt de bijtelling 5%, 10%, 17,5%, 25% of 32,5% van de autokosten, naargelang het voertuig wordt aangeschaft/geleased/gehuurd in 2027, 2028, 2029, 2030 of vanaf 2031. Ook deze bijtelling stemt overeen met de beperking van het aftrekpercentage in de personen- en vennootschapsbelasting.
Stel je het voertuig ter beschikking voor persoonlijk gebruik door een derde (werknemer of vrijwilliger)? Dan mag je het bedrag van de ‘bijtelling’ verminderen met het belastbaar voordeel alle aard bij die derde en de (eventuele) eigen bijdrage van die derde voor het persoonlijk gebruik. Autokosten die je aan derden (werknemers of vrijwilligers) terugbetaalt als ‘kosten eigen aan de werkgever’, moet je evenmin opnemen in het bedrag van de ‘bijtelling’.
bron: Liantis https://www.liantis.be

